Naar het eind van de wereld

Route: Santiago (Chili) > Vuurland, Ushuaia > Buenos Aires (Argentinië)

Een van de meest uitdagende fietsroutes ter wereld bevindt zich in Zuid-Amerika, in Chileens Patagonië: de Carretera Austral. Ruim 1200 kilometer door fantastisch natuurgebied. Deze weg (route…!) is ten tijde van het bewind van General Pinochet aangelegd teneinde het moeilijk toegankelijke zuiden van het land te ontsluiten. Wat in het jaar 1976 begon als een onverhard karrenspoor, is inmiddels voor de helft getransformeerd tot een gladde asfaltlaag. De andere helft is nog één groot avontuur.

De Carretera Austral –letterlijk vertaald: Zuidelijke Weg- begint 1000 kilometer ten zuiden van Chili’s hoofdstad Santiago, in de havenplaats Puerto Montt. De route heeft ook een echt wegnummer toegekend gekregen: Ruta 7.  Ondeugende Spaanstalige taalvirtuozen hebben het pootje van de hoofdletter R weggepoetst, waardoor de benaming ietwat dubieus van betekenis veranderde. De eerste 50 kilometer gaan over keurig asfalt, langs het water. In de verte aan de overkant eiland Chloë. Het is half november, voorjaarszonnetje erbij, weinig wind, graad of 20. Ideale fietsomstandigheden. Vijf maal moet per vaartuig een fjord worden doorkruist. De eerste ferry doet er een half uur over om auto’s en fietsen over te brengen. Nog even een kort en fraai gedeelte asfalt en na Contao begint de ‘pret’. Slechts een kleine brug scheidt het asfalt van het vervolg: kuilen, zand, modder, steentjes, stenen, keien, rotsen. De weg stijgt en zoals zo vaak is dan de ondergrond het meest belabberd. Een kilometer of 15 duurt dit eerste voorproefje en menig wereldfietser zal zich op dat moment afvragen waar-ie aan begonnen is. Ik heb het verhaal gehoord van een fietser die daar al -nog geen 100 Carretera-kilometers afgelegd- gestopt is met zijn reis….

Vanuit Hornopirén vertrekt de volgende ferry. In twee delen. Tijdens de aanschaf van mijn ticket, werd me in rap Spaans iets over ‘bicicletta’ en ‘camino’ verteld. Bij het inladen op de ferry tonen andere fietsers wat me te doen staat: Fiets moet op de boot in een auto worden overgezet. Twee keer een ferry overspant twee fjorden, daar tussenin een deel landtong waar niet gefietst kan en mag worden. Ik vind de lokale policia bereid om Fiets en mij in hun truck mee te nemen. Na deze hop-on-hop-off legt de ferry aan in een haventje in verder onbewoond landschap. De route slingert zich vanaf hier door dichtbegroeide regenwouden. De passerende vrachtwagens maken de uitgestrekte groene tunnel tot een grijze en stoffige buis, waar zicht en adem aan de fietser worden onttrokken. Verschillende vrije campings langs de route maken het overnachten echter een waar genot. Aan water geen gebrek. Watervallen en riviertjes in overschot.

Chaitén is voorlopig de laatste grotere plaats. Een open en sfeerloze havenplaats waar alleen de vele straathonden het reuze naar de zin hebben door de nietsvermoedende wielertoerist blaffend, grommend en achterna rennend welkom te heten. Een beeld dat zich in het verdere vervolg nog regelmatig zal herhalen. Mijn tevoren aangeschafte Dazer komt de Top 10 binnen van mijn lijst “Onmisbare attributen voor de wereldfietser” en bivakkeert daar verder tot het eind van de reis. Na Chaitén volgt er een lang stuk over bergen, door dalen, langs rivieren, door regenwouden, toendra’s. Door een aantal kleine dorpen. Op de route ontmoet ik regelmatig medefietsers. Soms in tegemoetkomende richting, maar de meeste –net als ik- in zuidelijke richting. Ik overnacht –we overnachten- in een nederzetting Villa Santa Lucia. Een dorpje van nog geen 200 inwoners. Ik stuur een foto naar het thuisfront en krijg als reactie dat ik ‘in een krottenwijk’ overnacht. Zo ervaar ik dat zelf niet. De huisvesting is weliswaar niet naar westerse maatstaf, maar de bevolking bestaat uit bijzonder hartelijke mensen, zowel in mijn Bed & Breakfast als waar ik kan eten: een comida, een huiskeuken als restaurant. Het plaatsje ligt ingeklemd tussen een rivier en hoge bergrotsen. Eén week later hoor ik tot mijn ontzetting dat ditzelfde dorp door een aardverschuiving is getroffen. Meer dan twintig inwoners zijn bij die ramp omgekomen en van het dorp is weinig meer over. De foto van het rampgebied haalt zelfs de Nederlandse krant. Wat een afschuw.

Zuid-Chili staat bekend om de regenval. Aan de andere kant van de Andes, in Argentinië, is het droog en zonnig. Daar is weinig. Alleen wind. Wind met hoofdletter. Voornamelijk uit westnoordwestelijke richting. De beruchte Patagonische Wind waar ik later mijn reis nog mee te maken zal krijgen. Toekomstige Patagoniëfietsers doen er vanwege die wind verstandig aan om van noord naar zuid te reizen. In omgekeerde richting kom je niet makkelijk vooruit. Windsnelheden van boven de 100 km/uur –windkracht 10 op de schaal van Beaufort- zijn geen uitzondering. 
Ik  vervolg de Carretera waar het inderdaad natter en natter wordt. Er wordt geregeld aan de weg gewerkt. De Carretera Austral kent eigenlijk drie wegtypes. Allereerst de oorspronkelijke ondergrond – ‘gravel’ genaamd-, maar die in werkelijkheid stenen, kuilen, modder en keien bevat. Zonder al te veel haast en met een stevige stuurmanskunst redelijk te doen. Ondergrond twee is asfalt. En dat is dan meteen zeer goed asfalt. Daar is de weg ook meteen twee keer zo breed. De derde en veruit de slechtste ondergrond is waar er aan de weg gewerkt wordt. Daar ligt de weg open en is het vrijwel onmogelijk om nog te kunnen fietsen. Zeker waar de weg stijgt en daalt. Ik moet geregeld afstappen omdat mijn –toch flink brede- Schwalbes geen grip op de ondergrond houden. Zoals op de Cuesta Queulat, de Chileense versie van de Alpe d’Huez. Naar echt hoog gaat het niet, 650 meter is de top. Maar de stijgingspercentages in de 25 haarspeldbochten gaan de 10 voorbij. Halverwege de klim sta ik, na bocht 11, plots oog in oog met een camper. ‘Onmogelijk en onvoorstelbaar’ schieten me als eerste te binnen; een camper met een Nederlands kenteken…  Als ik aan de inzittenden vraag was zij hiér nu in hemelsnaam doen, krijg ik dezelfde vraag terug. Een tiental minuten staan we met elkaar onze reisverhalen uit te wisselen. Daarna vertrekken we uit elkaar zicht. De camper noordwaarts, ik vervolg mijn route naar het zuiden.

De grootste plaats op de route is Coyhaique. Die duikt als een oase op in het onherbergzame gebied. Ik bedenk me dat deze plaats toch grotendeels zelfvoorzienend moet zijn. Alle faciliteiten zijn hier aanwezig om het fietserslijf even tot rust te laten komen. Er zijn vele overnachtingsmogelijkheden en tevens een aantal vakkundige fietsenwinkeliers en -mecaniciens. Niet overbodig na al het gehobbel en gebobbel van de eerste  600 kilometer. Coyhaique ligt op de helft van de Carretera die uiteindelijk eindigt in Villa O’Higgins, de laatste nederzetting op Chileens grondgebied.

Rond Coyhaique zijn goede asfaltwegen. Dat schiet op, zeker nu de top van de route in zicht komt. Een prachtig natuurgebied op 1130 meter hoogte.  Ondanks dat het december is -de Chileense zomer nadert-, is het ’s nachts berekoud. Min twee op mijn kampeerplek. Na de afdaling vervolgt de route zich langs het grootste meer in de omgeving, het Lago General Carrera. Wordt met Argentinië gedeeld, waar hetzelfde meer Lago Buenos Aires heet.
Een fraai, woest en ruig natuurgebied. Vanaf hier gaat de wind haar allesbepalende rol spelen. Langs het meer waait er een enorme stormwind waar niet tegenin te lopen is, laat staan te fietsen.
Het pad verdient het predikaat ‘wegdek’ niet, is erg ongelijk en smal en het profiel is dat van een oneindige achtbaan in een pretpark. Weinig pret hier. Een paar keer word ik van Fiets geblazen en beland ik bijna van het pad in de diepte onder me. Uit arren moede moet ik me 80 kilometer door een pick-up auto laten meenemen omdat fietsen hier gewoon te gevaarlijk is.

Cochrane is met zo’n 3000 inwoners de laatste wat grotere plaats aan de Carretera Austral. Alle noodzakelijke voorzieningen zijn hier aanwezig. Er is ook een Tourist Info waar een Nederlandse dame werk. Dat vergemakkelijkt het contact nu eens, in een land waar men mondjesmaat een andere taal dan Spaans spreekt. Ik laat me goed informeren over het laatste deel van de route. Nog 250 kilometer naar Villa O’Higgins en dat is het meest verkeersstille gebied van al. Asfalt is er nu niet meer. Regen des te meer. Het is nat bij 12 graden. De wind krijgt hier door de dichte bebossing gelukkig niet vol vat op de fietser. Ik blijf vele medefietsers ontmoeten. De meeste uit Frankrijk. De laatste ferry dient zich aan in Puerto Yungay, maar niet voordat er een paar stevige bergen overwonnen moeten worden. Incluis een halve sneeuwstorm. Yungay –van veraf op de borden als wereldstad aangekondigd, maar in werkelijkheid een dorp van zes huizen en een cafetaria- op tijd bereikt voor de enige afvaart van de dag. In het cafetaria smaakt alles wat vloeibaar en eetbaar is dubbel zo goed.

De laatste honderd kilometer doen mijn tijdelijke Engelse medefietser Tom en ik in één stuk, in één dag. De gevreesde wind houdt zich koest en de ondergrond van stenen, keien en zand is onverwacht goed berijdbaar. Veel beter dan de eerdere stukken noordelijk. Lange tijd ziet het ernaar uit dat ik de gehele route Puerto Montt – Villa O’Higgins zonder fietspech afleg. Maar schijnbaar vindt het wegdek het toch nog nodig om zeven kilometer voor het eind van de route (zé-ven…!) mijn achterband (uiteraard, achter) van het enige gaatje te laten voorzien. Eén lekke band, op 1240 kilometer, over dit wegdek….  Knappe prestatie van de Schwalbes Marathon Plus. Voor het eerst in mijn leven verwissel ik in een regenwoud de binnenband en bereik na drie-en-een-halve week het voorlopige einddoel Villa O’Higgins.
Een kleine Chileense nederzetting vlak voor de Argentijnse grens.
Ik  blijf hier een aantal dagen, waaronder met kerst. Nu hier alleen nog uit zien te komen, want mijn fietsreis naar het einde van de wereld –Ushuaia in Argentinië, de zelf benoemde meest zuidelijke stad op aarde, is nog lang niet voltooid. De Carretera Austral wel. Een schitterende route en een geweldig avontuur.

Het grootste avontuur zou echter nog volgen. Het vervolg, van Villa O’Higgins naar de grens met Argentinië. De enorme Patagonische stormwinden. De bijna 400 kilometers op Vuurland. Maar uiteindelijk: Ushuaia –End of the World- bereikt!

Foto’s en blogs op:   www.jpjambroes.nl

Johan Jambroes
mei 2020